Topstukken

Creilservies

Dineren à la Francaise

Het Princessehof krijgt regelmatig schenkingen van particulieren aangeboden. Vaak gaat het om één voorwerp, soms om een complete verzameling. Lang niet altijd kunnen we op zo’n aanbod ingaan. Bijvoorbeeld omdat het niet past in ons collectieprofiel of omdat we al over vergelijkbare objecten beschikken. Voor dit Franse servies uit het begin van de negentiende eeuw gold juist dat het een belangrijk hiaat opvulde in de collectie. Bovendien is dit servies niet alleen kunsthistorisch interessant, maar vertelt het ook een persoonlijk verhaal. Schenking dus in dankbaarheid aanvaard!

Heel bijzonder is dat het servies bijna tweehonderd jaar binnen dezelfde familie is gebleven en ook dat het nog uit zoveel – bijna 300 – onderdelen bestaat. De man die het ooit kocht was Gerrit Vermeulen, geboren in 1798 als zoon van een succesvolle hooihandelaar in Waspik. Gerrit trad vroeg in zijn vaders voetsporen en deed al even goede zaken. Toen in 1830 de onafhankelijkheidsstrijd van België losbarstte, kreeg hij van het Ministerie van Oorlog de omvangrijke opdracht de foerage van de paarden te leveren. Dat legde hem geen windeieren. In 1832 kon hij voor ruim 30.000 gulden de heerlijkheid Eethen en Meeuwen in het land van Heusden en Altena kopen. Samen met zijn vrouw en kinderen betrok hij het eeuwenoude kasteel, omgeven door uitgestrekte landerijen. Maar Gerrit bleek de weelde niet aan te kunnen. Hij werd zo dik dat hij in de plaatsen waar hij zaken deed een eigen rijtuig had, omdat hij niet meer door een gewoon portier kon. Ook geestelijk raakte hij in de war. In 1840 overleed hij, op 41 jarige leeftijd. Zijn vrouw Catharina Johanna van Heusden, dochter van een predikant in Hilvarenbeek, zou hem ruim 50 jaar overleven.

Gerrit en Catharina waren in maart 1817 met elkaar getrouwd, hij was 18, zij 21. Was de bruidegom toen al zo rijk dat hij zo’n uitgebreid en kostbaar Frans servies kon kopen? Of was het een huwelijkscadeau van zijn bemiddelde ouders? We zullen het nooit weten, maar duidelijk is wel dat het servies dateert uit dezelfde periode als waarin het huwelijk tussen Gerrit en Catharina werd voltrokken. Dat kunnen we concluderen aan de hand van de twee fabrieksmerken die onderop staan. Het eerste merk is van de Manufacture de Creil, gevestigd ten noorden van Parijs, waar het servies werd geproduceerd. Het tweede merk is van de firma Stone, Coquerel & Legros d’Anizy, die verantwoordelijk was voor de in zwart gedrukte decors op het servies. Deze bedrijven werkten samen in de periode 1808-1818.

Dinerservies voorzien van landschappen en historische voorstellingen 1808-1818 Manufacture de Creil en Stone, Coquerel & Legros d’Anizy te Creil, Frankrijk

Dinerservies voorzien van landschappen en historische voorstellingen, circa 1808-1818, Manufacture de Creil en Stone, Coquerel & Legros d’Anizy te Creil, Frankrijk.
Klik op de afbeelding om te vergroten.

Overigens gaat binnen de familie ook het verhaal dat er na de dood van Gerrit Vermeulen ineens ‘een groot, mooi Frans empire eetservies’ opdook, dat hij voor een andere vrouw had gekocht. Het zou om een blauw gedecoreerd servies gaan, maar het zou ook heel goed het Creil-servies kunnen zijn geweest. Hoe dan ook, op elke verjaardag van weduwe Catharina werd met de hele familie van dit immense servies gegeten.

De samenstelling van het servies laat zien dat het stamt uit de tijd dat service à la Francaise nog volop in gebruik was. Deze manier van tafeldekken en serveren houdt in dat alle voor- en hoofdgerechten –  zowel koude als warme – tegelijkertijd op tafel worden neergezet. Grote terrines met bouillons en soepen, kleine terrines voor ragouts, ovale schotels in diverse maten met vlees, wild en gevogelte, speciale schotels met treeft voor vis, vierkante en ronde schalen met groenten, salades en compotes, alles stond strak in het gelid en in strenge symmetrie op het tafellinnen uitgestald. Het zag er indrukwekkend uit, maar het nadeel was dat de warme gerechten meestal koud werden gegeten.

Daarom gaf men vanaf het midden van de negentiende eeuw steeds meer de voorkeur aan een nieuwe manier van opdienen, service à la Russe. Daarbij worden de voor- en hoofdgerechten in afzonderlijke gangen na elkaar geserveerd. Net zoals wij dat nu nog altijd doen. Bij deze wijze van opdienen zijn er minder serviesdelen nodig. Van het Creil-servies is in de loop van de tijd veel gebroken, maar met 40 diepe borden, meer dan 140 platte borden en vele tientallen schotels en schalen, zou er nog altijd vorstelijk mee uitgepakt kunnen worden voor een diner à la francaise!

De Delftse plateelbakkerijen

Wie omstreeks 1817 een servies wilde kopen, kon daarvoor niet bij fabrieken in Nederland terecht. De Delftse plateelbakkerijen hebben vrijwel nooit complete serviezen gemaakt en de Nederlandse porseleinfabrieken waren failliet gegaan. Maastrichts aardewerk bestond nog niet, pas in 1836 werd daar de eerste fabriek opgericht. Voor een modieus servies was men aangewezen op creamware uit Engeland of faience fine uit Frankrijk. Gerrit Vermeulen koos voor de Franse variant. Faience fine wordt ook wel faience anglais genoemd en daarmee is meteen duidelijk dat de oorsprong ervan in Engeland ligt. Daar werd begin achttiende eeuw kaolienhoudende klei gevonden, waarmee een roomkleurig en hard soort aardewerk werd ontwikkeld, het creamware. Josiah Wedgwood verbeterde het nieuwe product in technisch en artistiek opzicht en zette bovendien de belangrijke stap van handgemaakt naar industrieel vervaardigd aardewerk. Het creamware veroverde niet alleen Engeland maar ook het vasteland van Europa. In Frankrijk werden nieuwe fabrieken opgezet waar het populaire product werd nagemaakt, vaak met hulp van Engelse experts. De fabriek in Creil waar ons servies is gemaakt, werd zelfs opgericht door een Engelsman. Verschillende onderdelen, zoals de terrines, sauskommen en opengewerkte manden, lijken als twee druppels water op modellen die Wedgwood al rond 1790 had ontworpen. En ook de techniek van de opgedrukte decoraties op het servies is een Engelse uitvinding uit het midden van de achttiende eeuw, die later door de fabrieken in Frankrijk en Maastricht werd overgenomen.