Topstukken

Zeemonster

Op jacht naar een zeemonster

Regelmatig krijgt het museum catalogi van veilinghuizen toegestuurd. Doorgaans worden die tijdens de koffie routinematig doorgebladerd, aan collega-conservatoren overhandigd of als referentiewerk in de boekenkast met vakliteratuur geplaatst. Afgehandeld. Maar heel soms leidt een catalogus tot opwinding en een poging om een bijzonder stuk te verwerven. Dat is het geval op woensdag 24 september 2008 wanneer ik de catalogus Het Europese interieur van veilinghuis AAG uit Amsterdam onder ogen krijg. In de veiling worden enkele verzamelingen Nederlandse tegels aangeboden, waarvan één er in het bijzonder uitspringt: lot 288, een zeemonster.

Flacon met schildpadachtig dier, 1901, Haagsche Plateelfabriek Rozenburg, Den Haag, eierschaalporselein, h. 20,5 cm, bruikleen Ottema-Kingma Stichting

Flacon met schildpadachtig dier, 1901, Haagsche Plateelfabriek Rozenburg, Den Haag, eierschaalporselein, h. 20,5 cm, bruikleen Ottema-Kingma Stichting.
Klik op de afbeelding om de volledige tegel te zien.

Wat een schitterend exemplaar! Uit het blauwgroene water rijst een afzichtelijk en kwaadaardig zeemonster op. Zijn kop en nek zijn bedekt met schubben en hij heeft zijn bek vol scherpe tanden opengesperd. Een gifgroene walm dampt uit twee uitstulpingen op zijn kop en uit zijn bek. De schildering is in meerdere kleuren uitgevoerd op een oppervlak van slechts 13 cm bij 13 cm, de standaardmaat van de Nederlandse wandtegel. De hoofdlijnen van het zeemonster zijn in paars aangegeven, en ingekleurd met blauw en oranjebruin. De zee en opstijgende walm zijn in paars, blauw en groen uitgevoerd.

Zeewezens van diverse pluimage, waaronder zeeslangen of -monsters, zijn in de zeventiende eeuw veelvuldig op tegels geschilderd. De gekleurde exemplaren stammen uit de eerste helft van de zeventiende eeuw en worden van oudsher aan Rotterdam toegeschreven. Ook deze tegel laat zich in die categorie plaatsen: in Rotterdam gemaakt tussen circa 1615 en 1630. Vroege voorbeelden bevinden zich al in de uitgebreide tegelverzameling van het museum, dus waarom deze dan nog verwerven? Van de zeven aanwezige tegels zijn er slechts twee presentabel, de overige zijn incompleet of te veel beschadigd. De eigen collectie is dus beperkt en aanvulling is gewenst, maar dat alleen is geen goed argument om dit stuk aan te kopen.

Als we de vroege gekleurde Rotterdamse zeewezens onder de loep nemen, dan blijkt dat er verschil zit in kwaliteit. Sommige zijn ronduit onbeholpen geschilderd, het merendeel is van redelijk tot goed niveau. En sommige zijn van uitzonderlijk niveau, zowel qua uitvoering van de schildering als qua zeldzaamheid van het decor. In totaal zijn er slechts drie van deze uitmuntende tegels bekend, waaronder dit zeemonster. De andere twee tonen een olifant in het water en een geschubd zeehond-achtig wezen. Ze zijn van de hand van dezelfde onbekende tegelschilder en behoren tot het allerbeste dat in 400 jaar in Nederland is gemaakt. Deze kwaliteit is nog niet vertegenwoordigd in een Nederlands museum. Dát is de reden om het stuk te verwerven.

Er stroomt nog heel wat water door de Dokkumer Ee voordat de tegel is aangekocht. Ik leg het voor aan mijn medeconservatoren en de directeur, en als iedereen enthousiast blijkt, bezoek ik de kijkdag om de tegel te bekijken en te controleren op conditie. Gelukkig! De tegel is in goede staat. Alleen wat randschade, maar dat is normaal bij oude wandtegels. Het museum heeft geen eigen aankoopbudget en daarom nemen we contact op met de Ottema-Kingma Stichting, het belangrijkste particuliere fonds voor museale aankopen in Friesland. We polsen: ‘Is dit iets voor jullie?’ Ondertussen schrijven we een verwervingsvoorstel, registreren ons bij het veilinghuis voor telefonisch bieden en vragen na bij andere musea of ze ook willen bieden. In het weekend gaat de OKS akkoord met het aankoopvoorstel. Na overleg besluiten we om een maximum biedbedrag af te spreken dat fors hoger ligt dan de richtprijs van het veilinghuis, want we verwachten nogal wat concurrentie.

En dan is het maandag. De veiling is in de avond, en de uren van de dag kruipen voorbij. Het moment nadert en de spanning loopt op. Dan gaat de telefoon en is het veilinghuis aan de lijn. Nog een aantal lotnummers te gaan voordat het zeemonster aan de beurt is. Wachten. De adrenaline giert door mijn aderen. De veiling van lotnummer 288 begint en er wordt flink geboden. Het bedrag loopt op, de strijd gaat uiteindelijk tussen een bieder in de zaal en het museum. We naderen het afgesproken maximum en de zenuwen nemen toe. Het laatste maximale bod wordt ingebracht. Het is stil aan de andere kant van de lijn, de seconden tikken weg, tergend langzaam. En dan klinken de befaamde woorden ‘eenmaal, andermaal....‘ PANG, de klap van de hamer valt en de tegel is aangekocht. De jacht op het zeemonster is succesvol verlopen.  

De maker van het monster

Wie is de schilder van deze bijzondere tegel? Het valt niet met zekerheid te zeggen, maar vermoedelijk is het de Rotterdamse ondernemer Claes Jansz Wijtmans. Hij was niet alleen eigenaar van een tegelbakkerij aan de Korte Wijnstraat in Rotterdam, maar ook van een glashut (glasfabriek). Bovendien was hij zilvergraveur en glasschrijver. Aan hem worden tegels en enkele tegeltableaus toegeschreven die qua kwaliteit, kleurstelling en schilderwijze overeenkomen met het zeemonster.