Topstukken

Hyacintenbak

Hyacintengekte

Dat er in de zeventiende eeuw een tulpenmanie heerste, weet bijna iedereen, maar dat een eeuw later een ware rage ontstond rondom de hyacint is veel minder bekend. De aardewerkfabrieken in die tijd deden er hun voordeel mee en brachten speciale potten en bakken op de markt waarin de hyacintenbollen ook binnenshuis tot bloei konden worden gebracht.

De hyacint komt, net als de tulp, oorspronkelijk uit Turkije. In onze contreien maakten we er omstreeks 1560 voor het eerst kennis mee. Aanvankelijk bestonden ze alleen in de kleur blauw, maar al snel werden er ook witte varianten gekweekt en later ook talloze soorten in roze en rood. De belangrijkste kwekers zaten in Haarlem, het centrum van de bollenhandel. In de zeventiende eeuw richtten deze kwekers zich uitsluitend op de enkelbloemige hyacint. Dubbelbloemige exemplaren gaven geen zaad, waren in hun ogen dus mislukt, en dienden uitgeroeid te worden.

Zo controleerde Pieter Voorhelm, eigenaar van kwekerij Buyskool, elke dag zijn bloembedden op dubbele hyacinten die hij – als hij er een ontwaarde  – acuut de nek omdraaide, nog voordat ze volledig in bloei waren. Totdat hij ziek werd en een tijdje zijn inspectieronde niet kon doen. Daardoor konden enkele dubbele hyacinten wel volledig tot wasdom komen. Toen klanten deze gevulde bloemen zagen, wilden ze er meteen dik voor betalen. Ze vonden deze variant juist prachtig! In 1684 besloot Voorhelm dan ook de dubbele hyacinten te gaan kweken.

Hyacintenbak, circa 1760-1770, porselein, h. 15.5, In bruikleen van Ottema Kingma Stichting

Hyacintenbak, circa 1760-1770, porselein, h. 15.5, In bruikleen van Ottema Kingma Stichting
Klik op de afbeelding om te vergroten.


Vanzelfsprekend werd hij op de voet gevolgd door zijn concurrenten. Tussen 1700 en 1720 brachten de Haarlemse kwekers zeker honderd verschillende soorten op de markt. De hyacint werd steeds populairder en de prijzen voor de bollen stegen navenant. Begin 1729 bracht een lange periode van strenge vorst – men kon met paard en slee de Zuiderzee over – enorme schade toe aan het hyacintengewas, waardoor er vele variëteiten verdwenen. En misschien was dat wel juist de reden dat daarna de prijzen tot nog grotere hoogten werden opgejaagd. In 1733 telden liefhebbers voor één bol van de hyacint Passé non plus ultra tussen de 1.600 en 1.850 gulden neer (weliswaar inclusief de aanwas van 8 jonge bollen). Zoals precies een eeuw daarvoor met de tulpenbollen gebeurde, ontstond er een heuse windhandel in hyacintenbollen. Maar net als bij de tulpomanie was die speculatieve handel van korte duur: in 1735 stortte de markt in en daalden de prijzen naar een normaler niveau.

Toch bleef de hyacint gedurende de hele achttiende eeuw een van de meest favoriete bloemen. Een tweede hyacintenrage volgde vanaf 1745. Dat kwam doordat Madame de Pompadour de hyacint tot haar lievelingsbloem had verkozen. De beroemde maîtresse van Lodewijk XV was toonaangevend in alles op het gebied van mode en van wat wij nu ‘lifestyle’ noemen. De Franse koning bestelde voor zijn minnares jaarlijks vele honderden bollen bij de Haarlemse kwekers. Uit een bewaard gebleven rekening weten we dat hij in 1759 ‘363 Hyacintenbollen voor bedden en 200 voor glazen in de winter’ liet komen. Behalve dat dit document inzicht geeft in het aantal bestelde bollen, laat het ook zien dat de hyacinten in die tijd behalve in bloembedden buiten ook binnenshuis werden toegepast.

Rond 1710 was al bekend dat een hyacintenbol ook zonder aarde tot bloei kon komen, namelijk op een glazen vaas met onderin een laagje water. Uit de nota aan de koning blijkt dat Madame de Pompadour dergelijke ‘glazen’ dus voorhanden had. Na 1750 kwamen ook speciale hyacintenbakken van beschilderd aardewerk op de markt. Ze zijn elegant en zwierig van vorm, geheel naar de smaak van die tijd, het rococo. De  hyacintenbak in de collectie van het Princessehof is daarvan een prachtig voorbeeld. In het weelderige interieur van Madame de Pompadour zou dit exemplaar zeker niet misstaan hebben.

De meeste modellen hyacintenbakken hebben een los rooster – ook van aardewerk – met enkele grote ronde gaten voor de bollen en vaak enkele kleine gaatjes ernaast om stokjes in te steken als steun. Op een gegeven moment worden hyacinten immers topzwaar en knakken de stengels. Bij de meeste exemplaren die bewaard zijn gebleven, ontbreekt het rooster, ongetwijfeld gebroken door het gebruik. Bij deze bak is dat ook het geval. De vorige eigenaar heeft echter een nieuw rooster laten maken naar een historisch voorbeeld. En terecht, want tegenwoordig kopen we hyacinten in plastic potten (gemak dient de mens), maar eigenlijk verdient zo’n rijkbloeiende en heerlijk geurende voorbode van de lente een beter lot, vindt u niet?

De hyacintenbak

De hyacintenbak is niet gemerkt, maar op grond van overeenkomsten in vorm en beschildering van wel gemerkte objecten wordt hij toegeschreven aan de fabriek van Johan van Kerckhoff in Arnhem. Deze fabriek heeft slechts een korte periode bestaan, van ongeveer 1759 tot 1770. In die ruim tien jaar produceerde het bedrijf serviesgoed en andere gebruiks- en siervoorwerpen van hoog niveau, in een stijl die meer aansluit bij die van de buitenlandse producenten dan bij die uit Delft. Deze internationale oriëntatie is niet zo vreemd. In de Arnhemse fabriek waren behalve vaklieden uit Delft ook verschillende modelleurs en schilders uit Duitsland en Frankrijk werkzaam. Zij brachten kennis, ervaring en nieuwe ideeën mee over vormen en decoraties.