Art nouveau en art deco

Dekselpotten porceleyne fles

Inspiratie uit de Oriënt

Deze dekselpotten zijn een prachtig voorbeeld van de fascinatie die in het begin van de twintigste eeuw ontstond voor de kunst en cultuur uit het Nabije en Midden-Oosten. Bij aardewerkfabriek De Porceleyne Fles in Delft nam technisch directeur Heinrich Mauser het initiatief om de keramiek uit deze gebieden te bestuderen. Samen met de schilder en ontwerper Leon Senf (1860-1940) bezocht hij verschillende musea en tentoonstellingen over islamitische kunst in binnen- en buitenland. Vooral de grote tentoonstelling van ‘Mohammedaanse’ kunst die in 1910 in München werd gehouden, leverde heel wat studiemateriaal op.

Mauser verdiepte zich in de technische procedés, terwijl Senf tientallen schetsen maakte van de vormen en de decors. Aan de hand van deze schetsen maakte Senf nieuwe ontwerpen. Eind 1910 bracht De Porceleyne Fles de nieuwe producten op de markt onder de naam ‘Nieuw-Delfts’. Sommige modellen zijn exacte kopieën van historische stukken, vaak zijn het eigen interpretaties. Dit laatste geldt ook voor deze dekselpotten.

We weten precies welk voorwerp op de tentoonstelling in München Leon Senf tot inspiratiebron heeft gediend en zelfs precies wanneer hij dit voorbeeld zag en er een schetsje van maakte. Dit schetsje, gedateerd 26 september 1910, is bewaard gebleven in het bedrijfsarchief van De Porceleyne Fles en bevindt zich nu in bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Behalve de datum staat er ook een nummer op de tekening en zo konden in de oude tentoonstellingscatalogus van München de exacte gegevens van de pot worden achterhaald: een vijftig centimeter hoge waterkruik uit Raqqa in Syrië uit de twaalfde of dertiende eeuw. Deze waterkruiken werden vastgesjord aan kamelen, die ze zo door de woestijn droegen. Dit gegeven inspireerde Leon Senf tot de toevoeging van een kameel op het deksel. Ook verwerkte hij de draagtouwen in zijn ontwerp. Naast het schetsje dat Senf van de originele pot maakte, bleef ook zijn met aquarelverf ingekleurde ontwerptekening van de dekselpot bewaard.

Stel dekselpotten met lusterglazuur, circa 1915, De Porceleyne Fles, Delft ontwerp,  Leon Senf,  aardewerk, h. 60,5 cm

Stel dekselpotten met lusterglazuur, circa 1915, De Porceleyne Fles, Delft ontwerp,  Leon Senf,  aardewerk, h. 60,5 cm, bruikleen Ottema-Kingma Stichting
Klik op de afbeelding om te vergroten.


Verreweg het meeste Nieuw-Delfts is beschilderd met florale motieven in verschillende kleuren, ook weer gebaseerd op de oude oriëntaalse voorbeelden. Deze dekselpotten vormen daar een uitzondering op. Ze zijn met een opvallend suikerzoet roze glazuur bedekt. Daaroverheen is een lusterglazuur aangebracht, dat de voorwerpen een metaalachtige glans geeft. De moeilijke en zeer kostbare lustertechniek vindt haar oorsprong eveneens in de islamitische cultuur. De kwaliteit van de glazuren is perfect – een resultaat van jarenlange experimenten bij De Porceleyne Fles. Zo bewees de aardewerkfabriek met deze dekselpotten niet alleen haar ontwerpkwaliteiten, maar ook de hoge standaard van haar vakmanschap.

De Porceleyne Fles

Van de meer dan dertig plateelbakkerijen die Delft ooit telde, was er aan het eind van de negentiende eeuw nog één over: De Porceleyne Fles. In 1876 nam Joost Thooft (1844-1890) de fabriek over. Hij blies de productie van het beroemde Delfts blauw nieuw leven in. Maar dat niet alleen. Met de artistieke inbreng van ontwerpers van binnen en buiten het bedrijf wilde hij ook nieuwe wegen bewandelen. Ze ontstonden naast het traditionele blauw-witte assortiment tal van andere productlijnen. Het oriëntaals geïnspireerde Nieuw-Delfts is daarvan misschien wel de succesvolste geweest: het werd maar liefst dertig jaar geproduceerd.